Onstekingssysteem - Ontsteking
| Article Index |
|---|
| Onstekingssysteem |
| Voorwaarden ontsteking |
| Ontsteking |
| Componenten |
| Conclusie |
| All Pages |
Ontsteking
Nu het mengsel de juiste mengverhouding heeft moet de temperatuur (plaatselijk) boven de onstekingstemperatuur uitkomen. Wanneer aan deze eisen is voldaan zal vanzelf de verbranding op gang komen.
Bij een dieselmotor loopt de temperatuur in de verbrandingskamer tijdens de compressieslag zo hoog op dat de verbranding vanzelf op gang komt (zelfontbranding).
Bij een Ottomotor is dit niet het geval. Hierbij is het nodig om de verbranding van buitenaf in te leiden. Er moet van buitenaf energie aan het lucht brandstof mengsel worden toegevoerd om het te doen onsteken. Bij een lucht-brandstofmengsel met lambda 1 te is 0,3 mJ (milli-Joule) aan energie nodig. Bij een arm of rijk mengsel is zelfs 3 mJ nodig om de ontsteking in te leiden.

Bougie
De benodigde warmte om het lucht-brandstofmengsel plaatselijk tot boven de ontstekingstemperatuur te verhitten wordt met behulp van een bougie toegevoerd. Een bougie is ontworpen om onder invloed van elektrische spanning een vonk (vlamboog) op te wekken tussen twee elektrodes die in de cilinder steken. De temperatuur van de vlamboog is zodanig hoog dat de ontsteektemperatuur van het mengsel in de directe nabijheid van de vonk ontstoken wordt. Vlamfront

Zodra een deel van het lucht-brandstof mengsel op deze manier is ontstoken, zal de energie die bij de verbranding hiervan vrijkomt het overige mengsel in de directe omgeving van de vlam voldoende opwarmen om ook te kunnen ontsteken. De vlam ontwikkelt zich zo als een steeds groter wordende bolvorm vanuit de bougie. De grens tussen het ontstoken mengsel en het nog niet ontstoken mengsel wordt het vlamfront genoemd.
Dit gaat zo door totdat het in de cilinder aanwezige lucht-brandstofmengsel is verbrand, of dat het brandende mengsel zo weinig energie over heeft dat de ontstekingstemperatuur van de omringende lucht niet meer overschreden kan worden.
