Onstekingssysteem - Componenten
| Article Index |
|---|
| Onstekingssysteem |
| Voorwaarden ontsteking |
| Ontsteking |
| Componenten |
| Conclusie |
| All Pages |
Bobine
De meeste auto’s hebben een boordnet van 12 volt, maar op zeeniveau is voor het opwekken van een vonk een spanning nodig van 30.000 volt per centimeter. Wanneer de druk van het gas stijgt, neemt ook de benodigde spanning toe. Nu is de elektrodeafstand van een bougie geen centimeter, maar slechts 1,5 millimeter. Toch is er voor de ontsteking een spanning nodig van zo’n 15 tot 20 kilovolt nodig.
Voor het opwekken van deze spanning, uit het 12 volt boordnet, wordt een bobine gebruikt. Een bobine is eigenlijk niet veel meer dan een transformator. Hij bestaat uit twee spoelen om een weekijzeren kern:
Een laagspanningsspoel met weinig windingen van dikke koperdraad en een hoogspanningsspoel met veel windingen en dunne koperdraad.

In de laagspanningsspoel wordt elektrische energie opgeslagen en op het moment dat een vonk nodig is, ontlaadt de bobine over de hoogspanningsspoel waarbij een spanning tussen de 15.000 en 25.000 Volt wordt opgewekt.
Onderbreker
De lagespanningsspoel wordt gevoed met een gelijkspanning van 12 Volt. Er gaat dus een stroom door de spoel lopen. Op het moment dat er moet worden ontstoken, wordt dit circuit onderbroken door de onderbreker. De energie die op dat moment is opgeslagen in de laagspanningsspoel ontlaadt over de hoogspanningsspoel, wordt via de verdeler naar de juiste bougie gevoerd en veroorzaakt de vonk voor de ontsteking.

In oude motoren bestaat de onderbreker uit twee contactpuntjes die door een nok op de as van de verdeler uit elkaar gedrukt worden, waardoor het stroomcircuit wordt onderbroken.

In moderne motoren is deze mechanische variant vervangen door een elektronische onderbrekerschakeling. Hiebij wordt de stroomkring onderbroken door een mosfet transistor. Het voordeel hiervan is dat de contactpuntjes niet inbranden en vervangen moeten worden, waardoor het systeem onderhoudsvrij is.
Verdeler
Bij wat oudere motoren is het ontstekingssysteem uitgevoerd met een enkele bobine. Deze moet dan voor alle cilinders de vonk verzorgen. In dat geval zorgt de verdeler er voor dat de stroom naar de juiste bougie wordt geleid. De verdeler bestaat in hoofdzaak uit de verdelerkap en een rotor.
De verdelerkap bestaat uit een kunststof kap met daarin een aantal contacten. Een centrale en vier tot acht in een cirkel daar omheen (afhankelijk van het aantal cilinders).

De rotor bevindt zich onder de verdelerkap en wordt aangedreven door de nokkenas. De rotor is voorzien van een metalen strip aan de bovenkant die contact maakt met de centrale stift van de verdelerkap. Wanneer de motor draait, draait de rotor mee en hierdoor komt de metalen strip van de rotor vlak langs de contacten in de verdelerkap. Dit gebeurt precies op het moment dat er een vonk nodig is voor de ontsteking. De stroom wordt dan vanuit de bobine over de centrale stift op de rotor overgedragen en door de rotor op de pen waarop de kabel van de betreffende bougie is aangesloten.
Door nu de verdelerkap ten opzichte van de rotor te verdraaien, komt de rotor iets eerder of juist iets later langs de pennen van de bougies, waardoor de ontsteking vervroegd of verlaat kan worden.
In modernere auto’s zijn is de verdelerkap niet meer terug te vinden. In plaats daarvan zijn er meerdere bobines toegepast. Voor elke 2 cilinders is er 1 bobine. Deze wordt zo aangestuurd dat hij elke omwenteling van de krukas een vonk afgeeft aan allebei de cilinders. Dit is mogelijk als ervoor wordt gezorgd dat de cilinder die aan de arbeidsslag begint gekoppeld is aan een cilinder die net aan de aanzuigslag begint. Zo weet men zeker dat er in de niet-vurende cilinder geen brandstof aanwezig is en kan het geen kwaad dat de bobine een vonk produceert. Een viercilinder motor heeft in dit geval 2 bobines die elk 2 cilinders bedienen. De bougies kunnen door de slimme koppeling van cilinders continue met de bobines in verbinding staan zodat de verdeler niet meer nodig is.
De jongste generatie auto's heeft zelfs voor elke cilinder een aparte bobine. Ook hier is geen verdeler meer nodig.
